Stofadvies

Stofadvies

Vezels, stoffen en het milieu

De keuze voor een bepaalde stofsoort is niet alleen van grote invloed op het uiteindelijke kledingstuk, maar ook op het productieproces en het milieu. Daarom maken wij bij ieder product een uitgebreide afweging tussen de uitstraling, het draagcomfort en de belasting voor het milieu.


Milieu-aspecten van stoffen

Produceren met respect voor mens en milieu is voor Cora Kemperman altijd een belangrijke voorwaarde geweest en dat is het nog steeds. Zo langzamerhand raakt de consument ook steeds meer geïnteresseerd in de duurzame aspecten van kleding en dat is een goede ontwikkeling.
Toch heerst er nog steeds een hardnekkig misverstand over stoffen.

Veel consumenten denken dat natuurlijke stoffen per definitie minder slecht zijn voor het milieu dan synthetische stoffen. Integendeel; de gangbare processen voor het verwerken van bijvoorbeeld katoen en het maken van spijkerbroeken zijn de meest vervuilende processen in de textielindustrie. De grootschaligheid van de landbouw en de industriële verwerking van natuurlijke vezels vragen veel van het milieu. Katoen en wol worden milieutechnisch als de meest vervuilende stoffen gezien, omdat de productie van alleen al de basisgrondstof een ernstige aanslag is op het milieu. Daarentegen worden synthetische vezels op een zeer efficiënte wijze ontwikkeld waardoor er minder bewerkingen nodig zijn in het productieproces. Daar komt bij dat synthetische vezels vaak gefabriceerd worden in hoog-geïndustrialiseerde landen onder strenge milieu-eisen.

Bij het verbouwen van katoen worden heel veel pesticiden gebruikt (zoals DDT) die in het westen al lang verboden zijn. Katoenplantages hebben veel ruimte en water nodig, wat ten koste gaat van grond voor voedselproductie en de beschikbaarheid van drinkwater. Gelukkig komen er (sinds 2005) steeds meer biologische katoenplantages. Hier wordt katoen verbouwd zonder gebruik van pesticiden en andere chemicaliën. Het aandeel van deze katoenplantages is wereldwijd nog maar 1,1% (Bron: Textile Exchange, 2010 Farm and Fiber Report) van de totale katoenproductie, maar dit percentage neemt snel toe. Het liefst zouden wij alleen maar biologisch katoen gebruiken, maar dat is door kwaliteitswisselingen nog niet voor alle stoffen en garens mogelijk.

Bij wol is het proces van ontvetten en reinigen erg milieuverontreinigend. Tijdens het transport wordt de wol ingespoten met verschillende chemische stoffen, onder andere om schimmelvorming tegen te gaan. Daarnaast is het mestoverschot van de schapen een groot probleem voor het milieu.

Viscose stoffen worden gemaakt van houtvezels (cellulose). Voor de productie van viscose worden bomen gekapt. Om van de houtstukken een cellulosepap te maken, zijn veel chemische stoffen nodig. Dit proces is, net zoals bij papierproductie, belastend voor het milieu. De uiteindelijke viscosevezels worden dan nog gebleekt in een vervuilend proces met chloor en daarna moeten ze door een verf- en finishbad. De benodigde processen voor natuurlijke vezels zijn veel schadelijker voor het milieu dan de processen voor synthetische vezels.

Linnen en hennep zijn de enige natuurlijke vezels die geen of weinig last hebben van insecten en plantenziektes; ze groeien op arme grond. De teelt is erg milieuvriendelijk omdat er geen pesticiden nodig zijn. Echter, het verwerken van de planten tot vezels en garens is een ander verhaal. Dat proces kan, afhankelijk van het gewenste resultaat, net zo belastend zijn voor het milieu als het verwerkingsproces van katoen.

Natuurlijke verfstoffen zijn ook niet altijd beter of milieuvriendelijker dan chemische verfstoffen. Een van de giftigste, natuurlijke verfstoffen is een blauwe verfstof - indigo genaamd - die gebruikt wordt voor het kleuren van denim.


Van vezel tot finish

De juiste stofkeuze is belangrijk voor de kwaliteit en draagbaarheid van onze kleding. De basis voor de kwaliteit van een stofsoort wordt al gelegd bij de keuze van de grondstoffen. Daarna bepalen verschillende garens, verwerkingstechnieken en finishes het definitieve uiterlijk van de stof.


Garens

Stoffen bestaan uit draden: de garens. Garens worden gemaakt van grondstoffen zoals aardolie, katoen, hout, wol en zijde. Grofweg zijn er twee soorten garens te onderscheiden: gesponnen garens en continugarens.

  1. Gesponnen garens

(o.a. katoen, wol, linnen, stapelviscose)
Deze worden gemaakt van stapelvezels: stukken vezel die om elkaar heen zijn gedraaid (gesponnen). De garenkwaliteit is onder andere afhankelijk van de vezellengte. Een lange vezel is sterker dan een korte vezel. Te korte vezels kunnen leiden tot het 'pillen' van de stof. Ook het aantal draaiingen – het 'twisten' - bij het spinnen bepaalt de garenkwaliteit. Stoffen die gemaakt zijn van hoog getwiste garens zijn platter, gladder of glanzender dan stof van laag getwiste garens. Laag getwiste garens verhogen het risico op pillen, krimpen en vervilten van de stof.

  1. Continugarens / filamentgarens

(o.a. zijde, polyester, polyamide, acryl, elastomeer, rayon, acetaat)
Dit zijn lange, eindeloze draden die niet zijn opgebouwd uit losse vezels. Veel continugarens zijn synthetisch. Zijde is het enige, volledig natuurlijke continugaren.
Voor het maken van continugaren wordt de grondstof door een machine tot lange draden gespoten. De grondstof hiervoor is natuurlijk (hout bijvoorbeeld) of synthetisch (olie). De fijnheid en vorm van het spuitproces bepalen de kwaliteit en het uiterlijk van de garens. Stoffen van continugarens zijn over het algemeen erg sterk. Ze pillen niet en krimpen nauwelijks. Om een natuurlijker (wolliger, onregelmatiger) effect te krijgen, worden de continugarens soms toch weer in stukjes (vezels) gehakt en verder verwerkt als gesponnen garens (zogenaamd spun-polyester of fleece). Het risico op pillen en krimpen is dan net zo groot als bij de gesponnen garens.

Samengestelde garens

Door garens om elkaar heen te draaien (twijnen) of door een garen te omwikkelen met een ander garen, ontstaan nieuwe garens met bijzondere kwaliteiten. Deze samengestelde garens kunnen de kracht en anti-krimpkwaliteit van een synthetisch garen bezitten terwijl ze op de huid aanvoelen als katoen of wol. Kleding die gemaakt is van samengestelde garens kun je herkennen aan verschillende percentages op het label, bijvoorbeeld: 30% polyester, 70% katoen.

Nieuwe garens

De laatste tien jaar zijn er veel nieuwe garens ontwikkeld met eigenschappen die de consument nog niet goed kent en die snel worden afgedaan als synthetisch, onprettig, zweterig, plakkerig en statisch. De stoffen polyester en polyamide bijvoorbeeld worden vaak over één kam geschoren, terwijl polyamide niet statisch is en beter ademt dan polyester.
De nieuwe garens zijn ontwikkeld teneinde de draag- en onderhoudseigenschappen van stoffen te optimaliseren. Dat is bij veel garens goed gelukt, zoals bij de micropolyesters en vooral bij micropolyamide (Tactel en Meryll). Deze stoffen plakken niet, zijn niet statisch en transporteren het vocht naar buiten waar het kan verdampen. Ze voelen zowel 's zomers als 's winters aangenaam aan en zijn gemakkelijk te onderhouden.
Ook in viscose zijn nieuwe, sterke stoffen ontwikkeld die minder kreuken en die je makkelijker kunt onderhouden en wassen. Denk aan stoffen zoals Lyocell, Tencel en Cupro.

Finish

'Finish' betekent het afwerken of veredelen van een garen of stof. Met finishes kun je stoffen bleken, kleuren, beschermen, laten glanzen, antistatisch of waterafstotend maken, versoepelen en nog veel meer. Verven gebeurt soms al bij de garens (garenverf) en soms pas als de garens gebreid of geweven zijn (stukverf). Stoffen van geverfd garen geven nauwelijks af. Bij stukverf bepaalt de combinatie van het garen, het soort verf en de verfmachine of de stof afgeeft of niet. Linnen is bijvoorbeeld een harde, sterke vezel waar verf moeilijk in kan dringen. De verfstof blijft dus op de vezel liggen en daarom geven linnen stoffen snel af. Stoffen van polyester en polyamide kunnen heel goed (en milieuvriendelijk) met hogedruksystemen geverfd worden op lage temperaturen en geven niet af.

Gemerceriseerd katoen

Naast regulier (biologisch) katoen gebruiken we voor onze tricots ook gemerceriseerd katoen. Door het proces van 'merceriseren' krijgt katoen een glans die ook na het wassen behouden blijft. Deze glans wordt verkregen door het garen te bewerken met een speciale finish. Biologisch katoen kan helaas nog niet gemerceriseerd worden. Dit heeft te maken met de benodigde kwaliteit van de katoenvezel. Gemerceriseerd katoen is met minder kleurstof makkelijker in diepe tinten te verven dan onbewerkt katoen. Gemerceriseerd katoen is sterk, krimpt en pilt niet en blijft goed in vorm. Het voelt koel aan, wat erg prettig is in de zomer en het heeft een luxueuze uitstraling. Kleding met gemerceriseerd katoen herken je in onze winkels aan de speciale labels. Het is een zeer mooie, sterke stofkwaliteit.
Een minpunt is dat bij het merceriseren milieuonvriendelijke stoffen worden gebruikt. Onze fabrikanten in India voeren dit proces op een gecontroleerde, veilige wijze uit. De arbeiders worden niet aan de stoffen blootgesteld en het gebruikte water wordt geneutraliseerd en hergebruikt. Door de makkelijke verfopname van gemerceriseerd katoen zijn er veel minder verfstoffen nodig dan bij regulier (biologisch) katoen en dat is weer een groot voordeel. Daarnaast gaat de kleding zoals eerder gezegd langer mee en dat is ook een belangrijk duurzaam voordeel.


Stoffen
Garens worden verwekt tot stof door te breien of te weven. De machine-instelling, het gekozen patroon en de dikte van het garen bepalen het uiterlijk van de stof.

Breien
Gebreide stoffen die gemaakt zijn van garens, zijn rekbaar en soepel en hebben een hoog draagcomfort. Er zijn verschillende manier van breien:

Rondbreimachine
Deze machine is erg goed voor het breien van fijn gesponnen garens en kan ook elastisch garen (elasthaansoorten zoals Lycra) verwerken. Tricot en jersey zijn gangbare benamingen voor het bekende links-rechts breiwerk (stof voor onder andere T-shirts en jurkjes). De machine produceert kokervormige stoffen zonder naad.

Kettingbreimachine
Deze machine kan alleen gladde synthetische garens breien met of zonder elastisch garen (Lycra), zoals polyester, polyamide en continuviscose. Deze machine produceert breisels die meer lijken op weefsels dan op breisels. Er zijn veel variaties mogelijk met dikke en dunne draden en de machine maakt ook kantachtige breisels. Een kettingbreisel laddert niet.

Vlakbreimachine
Hierop worden dikkere en wollige garens gebreid voor truien en kunstbont, maar ook vlakke lappen stof voor bijvoorbeeld sjaals. De machine kan ook elastische garens en fijn gesponnen garens breien.

Gespecialiseerde/computergestuurde breimachines
Computergestuurde breimachines kunnen 3D-breisels maken, zoals kant-en-klare truien en handschoenen.

Jacquardbreimachines
Deze machines breien patronen met kleuren en structuren en worden aangestuurd door een CAD-CAM-systeem, dat de ontwerpen vertaalt naar een breipatroon.

Handbreien
Met de hand breien op breipennen wordt veel gedaan door handwerkliefhebbers. Modemerken gebruiken handbreiwerk voor het vervaardigen van exclusieve kledingstukken.

Weven
Geweven stoffen zijn niet rekbaar, tenzij er ook elastische garens zijn gebruikt in de stof. Weefgetouwen werken met een 'ketting' en 'inslag': de kettingdraden liggen vast en de inslagdraden worden door de ketting heen bewogen volgens een bepaald patroon.

Weefgetouwen worden in vier soorten ingedeeld:

• Zijdeweefgetouwen: voor fijne, delicate stoffen zoals viscose, zijde, voiles en voeringstoffen.
• Weefgetouwen voor middengewicht stoffen: voor het maken van broeken, rokken en jasjes. De stoffen zijn vaak van linnen, wol of combinaties van wol met viscose en polyester.
• Weefgetouwen voor dikke stoffen: hierop wordt onder andere grove wollen tweed geweven.
• Jacquard getouwen: voor stoffen met ingeweven patronen.


Wassen is een kunst
De vele soorten garens, stoffen en finishes maken ieder kledingstuk bijzonder, maar vragen om een zorgvuldige behandeling. Door de juiste behandeling kun je langer van je kleding genieten.

Op de pagina de kunst van het wassen vind je wastips en informatie over het voorkomen van 'problemen' zoals pillen en krimpen.